Boustrofedon heeft de toekomst

Door Evi Aarens

Martinus Nijhoff in de Oude Hortus, universiteitsmuseum Utrecht. (Facebookpagina Oude Hortus)

In de Utrechtse binnenstad ligt een prachtige tuin, de Oude Hortus. In die tuin zag ik onlangs aan de rand van een grote vijver een bijzondere steen liggen. Ik stond daar tussen de irissen en boog voorover om met mijn hand een wak in het kroos te maken. Ik wist dat ik mijzelf hiermee in levensgevaar bracht. Tenslotte ben ik bekend met het oude epos over een meisje dat in het zwarte spiegelende wak verdwijnt nadat ze met haar vinger magische letters in het kroos heeft geschreven. In de onderwaterwereld wordt het meisje meegenomen door een schol geleerde vissen, die haar een nieuw alfabet en een nieuwe taal schenken. Die nieuwe kennis wordt het middel waarmee zij naar de mensenwereld terugkeert en vrede brengt. Het zou geen epos zijn als het zo simpel was, en er komen dan ook moorddadige krokodillen en gemene watervlooien in voor, maar kort samengevat is dit wel ongeveer de strekking van het verhaal.

Op de bijzondere steen aan de rand van de Utrechtse vijver staat een fragment uit het gedicht Het kind en ik van Martinus Nijhoff:

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

De steen is gemaakt door schriftbeeldhouwer Britt Nelemans en werd in 1995 in de Oude Hortus geplaatst. Wat direct opvalt is dat de tweede en vierde versregels in spiegelschrift staan afgebeeld.

De schrijfrichting die op deze steen is toegepast heet boustrofedon. Het wordt ook wel ossenploegschrift genoemd. Het komt erop neer dat het schrift op de pagina of steen wordt geplaatst zoals een boer een veld ploegt: van links naar rechts en van rechts naar links en zo verder. Om het goed te doen moeten niet alleen de letters in de gespiegelde regel in de omgekeerde volgorde staan, maar dient ook elke individuele letter horizontaal te worden gespiegeld. Het leek me de moeite waard het eens te proberen. Ik deel mijn allereerste poging om uit het hoofd het versje ‘Jonge sla’ van Rutger Kopland in boustrofedon te schrijven:

Inmiddels heb ik over het ontstaan en de historische toepassing van boustrofedon in verschillende talen en culturen een flink stapeltje wetenschappelijke literatuur gelezen. Erg nuttig vond ik een aantal artikelen en boekbijdragen over het ontstaan van het Griekse alfabet, geschreven door de Leidse universitair docent Hittitisch Willemijn Waal. Iedereen is het er over eens dat de Grieken hun alfabet hebben overgenomen (of met een hedendaagse term: toegeëigend)van de Feniciërs. De vraag wanneer de Grieken dit deden is nog altijd onderwerp van discussie. In eerste instantie dachten classici dat dit ergens in de achtste of zevende eeuw voor Christus is gebeurd. Waal betoogt aan de hand van een grote stapel bewijsstukken dat het Griekse alfabet al in de elfde eeuw in het Egeïsche gebied is gearriveerd.

Pas vanaf pakweg 500 voor Christus worden alle Griekse inscripties in dextrovers geschreven, dus van links naar rechts. Van vóór die tijd zijn ook inscripties bekend met teksten geschreven in het sinistrovers (van rechts naar links) of in boustrofedon. Het heeft dus zeker een half millennium geduurd voordat de schrijfrichting van het Griekse alfabet, en daarmee van alle westerse alfabetten, definitief werd vastgesteld.

Die conventie is doodzonde. De keuze voor dextrovers heeft onze manier van lezen en schrijven (en in het verlengde daarvan, wellicht: onze manier van denken) ernstig verengd. Schrijven en lezen in boustrofedon is even wennen (maar ook niet meer dan even) en heeft volgens mij grote voordelen. Zo is het een efficiëntere manier van lezen, omdat onze ogen ook letters en woorden registreren als ze weer terug naar links bewegen. Als we alleen van links naar rechts lezen zijn onze ogen als een ouderwetse typmachine, maar dan zonder het belletje aan het einde van de regel.

Ik zie ook letterkundige voordelen. Boustrofedon opent de deur voor allerhande vorm- en taalexperimenten, zoals nieuwe manieren van dialogisch schrijven waar vooral de hedendaagse poëzie veel behoefte aan heeft.

Er zijn misschien ook medische voordelen. Ik bezit op dit gebied geen enkele deskundigheid. Wel weet ik dat er enkele tentatieve studies zijn die suggereren dat tweetaligheid beschermt tegen dementie, of dementie in elk geval afremt. Ik hoop dat dit het geval is, net zoals ik hoop dat ook een actief gebruik van boustrofedon kan helpen de cognitie op oudere leeftijd scherp te houden.

Niemand kan echt overtuigend bewijzen dat je van het lezen van literatuur een empathischer mens wordt, ook al beweren wetenschappers als De Mulder et al., Fong, Mullin & Mar, Kid & Castano, Lenhart et al. of Mumper & Gerrig allemaal van wel. Op dezelfde manier zal ik wel nooit kunnen aantonen dat je van lezen en schrijven in boustrofedon ruimdenkender wordt, maar ik vertrouw erop van wel. Het zou kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de ‘perspectivistische lenigheid’ waar volgens filosoof Lammert Kamphuis tegenwoordig veel behoefte aan is. Het is een foeilelijke term, maar ik begrijp wat hij bedoelt. Ons bekwamen in het actieve en passieve gebruik van boustrofedon kan ons helpen ook een persoonlijke uitdaging of een maatschappelijk probleem van links naar rechts te beschouwen, en tegelijkertijd ook van rechts naar links. We zullen minder binair in het leven staan, ook in onze houding naar de grote buitenwereld. Boustrofedon zal ons bevrijden van de stellige overtuiging dat ‘wij’ in de Occident de werkelijkheid op een totaal tegenovergestelde manier ervaren en beschrijven als de ‘Ander’ (de Arabier, de Jood). Boustrofedon zal onze starre geest tot lenigheid dwingen. Het zal ons leren te handelen in het besef dat – om naar Nijhoff terug te keren – onze zekerheden in het water blijven beven, en daar ook worden uitgewist.

We moeten daarom het ossenploegschrift in ere herstellen. Ik stel voor dat we een experiment aangaan, en met de poëzie beginnen. Laten we vanaf nu alle nieuwe poëzie in boustrofedon presenteren, zowel online als in druk. Natuurlijk is dit voor de poëzielezer even wennen. Maar poëzie waaraan je niet hoeft te wennen is überhaupt geen poëzie.

Mijn volgende poëziebundel zal bestaan uit vierendertig lange canto’s, geschreven in terza rima interna. Als ik het meest recente canto dat ik heb voltooid in boustrofedon presenteer, dan ziet de eerste pagina er zo uit:

Klare taal, zeker. Ik ben erg benieuwd naar de reactie van mijn uitgever, als ik binnenkort een bundel van ongeveer 3500 versregels in boustrofedon voorstel.

Dit stukje verscheen eerder in Neerlandistiek.

Essays over Evi Aarens

Het ontmaskeringsessay als nieuw literair genre

Sinds de publicatie van Evi Aarens’ debuutwerk Disoriëntaties is er door verschillende commentatoren gespeculeerd over de vraag of er achter de naam van deze jonge dichter misschien iemand anders schuilgaat. Ondanks dat haar eigen essay weinig ruimte biedt aan haar biografie te twijfelen, zijn er inmiddels een aantal speculatieve theorieën in omloop over de al dan niet ‘ware identiteit’ van Evi Aarens.

Literatuurwetenschapper Jeroen Dera suggereerde in een open brief aan Evi Aarens dat ze wellicht een creatie is van de dichter Ilja Leonard Pfeijffer:

‘Zou je eigenlijk niet gewoon Ilja Leonard Pfeijffer zijn, vragen meerdere lezers zich inmiddels af? Als je van iemand een Europa-pentalogie zou verwachten, dan wel van hem. Met Idyllen heeft hij zijn epische vormvastheid ook majestueus bewezen. En dan al die geleerde verwijzingen in Disoriëntaties, tot Chrysostomos aan toe… Eva met de i van Ilja: dat is Evi.’

Dera overtuigt niet. Tien dagen later, in een open brief die nota bene ‘Een oefening in lezen’ heet, werpt Dera een hele reeks andere opties op tafel: ‘Zo blijkt bijna alle Wikipedia-informatie over jou afkomstig te zijn van ene Sonnettist,’ schrijft hij haar, ‘een pseudoniem waarachter duidelijk Bas Jongenelen schuilgaat – alle fiches op Bas! Maar er is ook een theorie die het zoekt in de kringen rond Het Liegend Konijn, tot de jonge Gentse alumnus Niels Vanwolleghem aan toe. Piet Gerbrandy kwam voorbij, Kees ’t Hart, Lieke Marsman nota bene, en – zoals gezegd – Ilja Leonard Pfeijffer.’

Ook anderen wijzen in de richting van de bard uit Genua: poëzierecensent Hans Puper toont op Meander Magazine enige overeenkomsten tussen Pfeijffers poëzieweekgeschenk Giro Giro Tondo en de sonnetten van Evi. Het feit dat zowel Aarens als Pfeijffer hun bewondering voor de antieke dichter Pindaros hebben uitgesproken, is wat Puper betreft de smoking gun.

Liliane Waanders analyseert in een onderhoudende blog de invloed van Lord Byron op Evi’s debuutbundel. Omdat ook Ilja Pfeijffer in zijn roman Grand Hotel Europa een aantal keer refereert aan Byron, wijst ook Waanders in Pfeijffers richting, al beseft Waanders dat haar bewijs nog niet erg sterk is. Ze concludeert:

‘Ik zet mijn speurtocht nog even voort, al heeft een quick scan van een groot aantal andere titels van zijn hand nog niets opgeleverd (aan het checken van mogelijk andere gegadigden die zich de schrijver van Disoriëntaties zouden mogen noemen – waaronder Bas Jongenelen, Piet Gerbrandy, Kees ’t Hart en Lieke Marsman, om maar een paar door Jeroen Dera genoemde namen te herhalen – kwam ik nog helemaal niet toe).’

Op het literaire weblog Tzum verscheen een uitvoerig essay van Ronald Ohlsen met de titel De vrouw van vele manieren – Over Evi Aarens en Ilja Leonard Pfeijffer. Hij vergelijkt Pfeijffer en Aarens in het licht van de antieke verhalen over migratie en de huidige vluchtelingenproblematiek, die in het werk van beide dichters een voorname plaats innemen. Ook Ohlsens conclusie is het citeren waard:

‘De vraag die met al deze bevindingen onbeantwoord blijft is of Evi Aarens Ilja Leonard Pfeijffer ook daadwerkelijk ís. Anders geformuleerd: moet of kan de dichter gelijkgesteld worden met zijn eventuele heteroniem? Als de jonge dichteres inderdaad aan Pfeijffers brein is ontsproten, kan in elk geval worden vastgesteld dat de naam Evi Aarens ondertussen al veel meer is dan een eenvoudig pseudoniem.’

Marthe van Bronkhorst heeft op de webstek van Hard//hoofd geen enkele inhoudelijke argumenten nodig. Naar aanleiding van Evi’s kritische beschouwing van de Gedichtenprijs schrijft ze: ‘Evi Aarens is een erudiete snob die anoniem haat (…) Een troll dus.’ Punt.

De Leidse dichter Ditmar Bakker schreef voor Neerlandistiek een wijdlopig essay waarin hij eveneens probeert aan te tonen dat Bas Jongenelen, waarschijnlijk samen met een collectief van anonieme dichters, schuilgaat achter het masker van Evi Aarens. De vijfduizend woorden, vijftien voetnoten en bibliografie met vijftig bronnen zullen niet veel lezers weten te overtuigen.

Op Twitter en Facebook doen weer andere theorieën de ronde. Manon Uphoff, Maartje Wortel, Arjan Peters, Arnon Grunberg, Christiaan Weijts, Marc van Oostendorp en Adriaan van Dis worden genoemd. Of is Evi Aarens een schrijversduo? Bestaat Evi Aarens misschien uit Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet of uit het onwaarschijnlijke duo Coen Peppelenbos en Jeroen Dera? Een andere mogelijkheid is ten slotte dat Evi Aarens de geheime schrijversnaam is van Hunne Majesteiten Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima der Nederlanden, zoals twitteraar Wouter van der Land voorstelt.

Belangwekkende inzichten of onweerlegbare feiten hebben deze essays vooralsnog niet opgeleverd. Wijsheid is misschien alleen te vinden in de conclusie van Ronald Ohlsen:

‘[Evi Aarens] publiceerde niet alleen de geniale sonnettenkransenkrans Disoriëntaties, maar maakte haar eigenlijke debuut afgelopen jaar in Het Liegend Konijn met een canto (dat gek genoeg van veel minder talent voor vormvaste poëzie getuigt, wat er eventueel op zou kunnen duiden dat er meerdere dichters betrokken zijn bij de wording van Evi Aarens). Daarnaast houdt ze een eigen website bij en correspondeert ze met andere schrijvers en dichters. Op die manier heeft haar geestelijk vader of moeder een dichteres in het leven weten te roepen die in de Nederlandse literatuur een eigen plek verdient.’

Uitgeverij Cossee heeft aangekondigd in mei 2023 de roman Ik ga naar buiten om de tuin te zien te presenteren, geschreven door Evi’s voormalige docent en mentor Clovis E. van Wijk. De kans is aanwezig dat dit boek een nieuw licht op de zaak gaat werpen. ‘Zal het geheim ontsluierd worden?’

Disoriëntaties blijft ondertussen verkrijgbaar bij de betere boekhandel of is hier te bestellen.

Nominatie Melopee Poëzieprijs

Evi Aarens is met het openingsgedicht van haar aanstaande bundel Fausta genomineerd voor de Melopee Poëzieprijs van de Vlaamse gemeente Laarne. Deze prijs bekroont dit jaar het meest beklijvende gedicht voor het eerst verschenen in een literair Vlaams tijdschrift van 2021.

Evi’s gedicht “Het is nog vroeg als ik mijn huid opraap (een canto)” verscheen in Het Liegend Konijn (2021/1), en werd al eerder door de pers met lof besproken.

Zo schreef Hans Puper op Meander Magazine:

Aarens heeft een goede vormbeheersing. Ze schakelt de terzinen aan elkaar met vol- of klinkerrijm, het metrum is overwegend jambisch, met antimetrieën die de inhoud ondersteunen: ‘Geen God, profeet. Niets …’; samen met binnenrijm, alliteratie en klinkerrijm geeft dit een aantrekkelijk ritme. Ik vind dit het meest verrassende en misschien wel beste gedicht van dit deel van Het Liegend Konijn.

De volledige bespreking is hier te lezen.

Het leesexemplaar van Het Liegend Konijn (2021/2) is (inclusief het volledige canto van Evi Aarens) hier te downloaden.

De Melopee Poëzieprijs kent ook een publieksprijs. Stemmen op het gedicht van Evi Aarens kan hier.

Terza rima interna, een explainer

De canto’s die samen het gedicht Fausta gaan vormen worden gevlochten volgens het klassieke principe van Dante’s terza rima. Maar anders dan bij dit onnavolgbare voorbeeld staan de rijmwoorden in Evi’s canto’s niet aan het einde van de versregels maar zijn ze verborgen in de regels of zelfs in de woorden binnen de regels. Evi noemt het terza rima interna. In dit canto wordt bij wijze van curiositeit middels de rode woorden getoond hoe dit in de praktijk uitpakt.

Disoriëntaties: alle recensies

‘Disoriëntaties van Evi Aarens is een sonnettenkransenkrans en een zeer fijn boek. Het is een en al intertekstualiteit (…). Toch wordt Disoriëntaties nergens belerend, vervelend, betweterig of pedant. Wat mij betreft mag deze bundel heel veel literaire prijzen in de wacht slepen.’ – Bas Jongenelen, Neerlandistiek

‘Je moet een sterke vormbeheersing hebben om een sonnettenkrans te maken. Het is daarom verbazingwekkend dat deze bundel bestaat uit veertien kransen, die er zelf ook weer een vormen. Gekunsteld is dat niet, want vorm en inhoud hangen sterk samen. (…) De bundel is een verbeelding van het menselijk tekort. Een eeuwig tekort, want de mens is altijd hetzelfde lot beschoren, geschiedenis is circulair. (…) Als mens heb je mythen nodig om dat tekort draaglijk te maken en als die niet meer voldoen, maak je ze zelf. En dat is wat er in deze bundel gebeurt. (…) Iedere persoon in de bundel is een vluchteling, de dichter incluis. Moge deze schipper nog vele havens aandoen.’ – Hans Puper, Meander Magazine

‘Een interessant literair werk dat voor poëzieliefhebbers zeer aantrekkelijk is.’ – NBD Biblion

‘Een indrukwekkende bundel (…) Wat bijblijft, is de behendige en droogkomische toon waarop Aarens zich deze klassieke thematiek omtrent het noodlot van de mens eigen maakt. Hier is geen hoogdravende romanticus aan het woord. Het is duidelijk de stem van iemand die met haar twee benen in deze eeuw is geworteld en als zelfverzekerde realist doorheen het verleden ‘swipet’ (…) Die karikaturale beschrijvingen werken op de lachspieren en bieden een mooie afwisseling voor meer rake observaties (…) De sonnetten ademen de hoop dat poëzie iets wezenlijks kan veranderen. Niet alleen is God een schrijver en zijn schepping een sonnet, gedichten kunnen meer bewerkstelligen dan louter ontspanning. (…) Disoriëntaties is een gelaagd, complex en toch zeer speels debuut dat doet dromen van een bijzonder dichterschap.’ – Thibault Coigniez, Literair Nederland

‘Evi Aarens is een dichter om te blijven volgen, en de roddels rond haar (of zijn) identiteit doen niets af aan het talent dat hier spreekt.’ – Dirk de Geest, Mappalibri

Disoriëntaties leest als een tierelier. (…) Het leest zo mooi, als water golft het door. Dan is het weer zoetig, dan is het weer geestig, dan is het weer spottend, en dan denk ik: wat stáát er nou eigenlijk? Er valt van alles in te ontdekken. Er zit een ongelofelijke taalgevoeligheid en taalbeheersing in.’ – Lidewijde Paris, NPO Radio 1 Nieuwsweekend

‘Alsjeblieft geen sonnetten meer, Aarens!’ – Dietske Geerlings, Poëziekrant

‘Een complexe vorm dus, maar waarom? Waar leidt dit toe? (…) We zullen zien.’ – Bas Belleman, Awater

‘De opvallendste afwezige [onder de Buddingh’-nominaties] is misschien wel Disoriëntaties van Evi Aarens. Dit omvangrijke, epische gedicht is vanwege de overduidelijke liefde voor traditie en intertekstualiteit en de ambachtelijke en vormtechnische toewijding een van de meest experimentele bundels van het afgelopen jaar. Disoriëntaties is misschien meer een trapeze-act waar je met bewondering naar kijkt dan een dansvoorstelling die je ook echt beroert, maar de bundel zit knap in elkaar, en is gedurfd en ambitieus.’ – Alfred Schaffer, De Groene Amsterdammer

‘Magistrale koorzang (…) Intrigerend (…) Soepele verzen (…) Geniaal.’ – Ronald Ohlsen, Tzum

‘Evi Aarens toont zich niet alleen een groot woordkunstenaar met haar meer dan wervelende taal, zij is ook uitzonderlijk belezen. De talrijke verwijzingen naar de bijbel, de mythologie en de literatuur verdienen het om er eens stevig met een groep enthousiaste leerlingen in te duiken. Ook de souplesse waarmee zij met bekende schrijvers speelt, is een genot voor de lezer. (…) In de gedichten van deze 21-jarige spatten toch vooral de creativiteit, de virtuositeit en de onbevangenheid van de pagina’s. Ik wil meer!’ – Jan de Jong, Levende Talen Magazine

‘De sonnetvorm, de virtuositeit van de verzen, de circulaire opbouw, het wijzigende vertelperspectief, de talrijke referenties naar het Oude Testament, de Griekse mythologie, de literatuurgeschiedenis en de actualiteit en de taalrijkdom maken van Disoriëntaties een dichtbundel die zich als ‘pageturner’ laat lezen.’ – Stefaan Pennynck, Kunsttijdschrift Vlaanderen

Disoriëntaties is verkrijgbaar bij de betere boekhandel of hier te bestellen.


Recensiedokter Aarens

De komende tijd zal Evi Aarens voor het online tijdschrift Neerlandistiek recensies recenseren. Met welke argumenten komt een criticus tot een oordeel? Hoe nauwkeurig en consistent zijn recensenten in hun literaire kritieken? In haar eerste bijdrage diagnosticeert Recensiedokter Aarens de bespreking van Astrid Lampes poëziebundel Tulpenwodka door NRC-recensent Maria Barnas.

De bijdragen van De Recensiedokter zijn op de site van Neerlandistiek te lezen.

Verschenen: Disoriëntaties

De debuutbundel Disoriëntaties van Evi Aarens is vanaf vandaag overal verkrijgbaar.

In deze sonnettencirkelcirkel van 211 rijmende en vormvaste sonnetten presenteert Evi Aarens de lezer een panorama van de oerknal en de verdrijving uit het paradijs tot de huidige tijd van flashmobs en vloggers. Dan weer diepzinnig, dan weer komisch, maar altijd reflecterend schrijft zij over de mythen die wij verloren hebben en de rol die oude verhalen in ons leven spelen. Het is een hartstochtelijk pleidooi voor de verbeelding, verpakt in een universeel verhaal over de emancipatie van vrouw en man, het verlangen naar kennis en het recht op rebellie.

“Hier manifesteert zich een natuurtalent” – Meander Magazine

Wie meer van Evi Aarens wil lezen kan hier ook nog de bibliofiele dubbelbundel bestellen die eerder dit jaar verscheen bij de Atalanta Pers. Dit is een zeer beperkte eenmalige oplage, dus weer er snel bij!

Bestel Evi’s dubbelbundel!

Met plezier en gepaste trots delen wij het bericht dat vandaag op de website van Atalanta Pers verscheen:

Eind mei zal bij de Atalanta Pers een dubbelbundel verschijnen van Evi Aarens, een jonge dichter die zeer tot de verbeelding spreekt en nu de tongen al losmaakt.

Wie de hier aangekondigde bundel leest, zal gegrepen worden door wat gezien kan worden als een intrigerend, episch gedicht over de vele mythen die we zijn kwijtgeraakt en de rol die oude verhalen in ons leven spelen. 

Hans Puper schreef in Het Liegend Konijn dat haar poëzie “…zo goed is dat je in verwarring raakt, want hier manifesteert zich een natuurtalent dat de schijn wekt al zeer ervaren te zijn.”

In dit boek zijn twee dichtreeksen ondergebracht, elk met hun eigen titel, en leesbaar nadat de lezer het boek om zijn horizontale as heeft gedraaid. Het ene deel, Ik ga naar buiten om de tuin te zien, is de eerste van veertien sonnettencycli die samen de bundel Disoriëntaties vormen; het tweede deel brengt onder de titel De tijd is daar de eerste vijf canto’s uit Fausta, een over een aantal jaren te verschijnen vervolg op de eerste bundel.

Deze unieke en gelimiteerde uitgave zal eind mei 2021 verschijnen, maar kan op de website van Atalanta Pers nu al besteld worden.

Atalanta Pers
Atalanta Pers

Lof voor Evi’s eerste canto

Onlangs verscheen de nieuwe editie van Het Liegend Konijn (2021/1), dat opent met het eerste canto uit de Fausta-reeks van Evi Aarens. ‘Tot mijn genoegen springt het Konijn ook dit keer weer speels alle kanten op,’ oordeelt recensent Hans Puper op de website van Meander Magazine. Hij besteedt in zijn bespreking uitvoerig aandacht aan het lange gedicht van Evi Aarens:

Net als in 2019/2 opent Evi Aarens de bundel. Ik was toen verbaasd over de kwaliteit van haar sonnetten. Ik citeer: “Evi Aarens [schreef] een sonnettenkrans (…) die zo goed is dat je in verwarring raakt, want hier manifesteert zich een natuurtalent dat de schijn wekt al zeer ervaren te zijn. (…) Is Evi Aarens een pseudoniem, samengesteld uit Adam, Eva en misschien nog een andere naam? En is Evi echt zo jong?” Ja, dat is ze. Zie de auteurspagina van uitgeverij Cossee, waar haar bundel Disoriëntaties binnenkort uitkomt.

Ditmaal schreef zij een lang gedicht: ‘Het is nog vroeg als ik mijn huid opraap (een canto)’ (p. 14-18). Een canto van ongeveer dezelfde lengte als die van Dante in de Goddelijke Komedie en in dezelfde vorm: terzinen en één eindregel. Taal speelt een cruciale rol: ‘Als lid van het geslacht van mensen droom ik van / Een taal die oud en toen met nieuw en thans verbindt.’ (p. 15). Of: ‘Een fluistering in het totaaldebat, dat is mijn wens. / De rol van figurant in het gesprek dat ooit begon / En tot het einde van de vloed intens blijft razen.’ (p.16).

Puper komt tot een wervelend eindoordeel:

Aarens heeft een goede vormbeheersing. Ze schakelt de terzinen aan elkaar met vol- of klinkerrijm, het metrum is overwegend jambisch, met antimetrieën die de inhoud ondersteunen: ‘Geen God, profeet. Niets …’; samen met binnenrijm, alliteratie en klinkerrijm geeft dit een aantrekkelijk ritme. Ik vind dit het meest verrassende en misschien wel beste gedicht van dit deel van Het Liegend Konijn.

De volledige bespreking is hier te lezen.

Het leesexemplaar van Het Liegend Konijn (2021/2) is (inclusief het volledige canto van Evi Aarens) hier te downloaden.

Evi Aarens gaat bibliofiel

In samenwerking met Atalanta Pers zal er medio 2021 een bijzondere bibliofiele uitgave verschijnen met één sonnettenkrans en vijf canto’s van Evi Aarens. Dit is door de Atalanta Pers als volgt aangekondigd:

In de zomer van 2016 begon een 16-jarig meisje, opgegroeid in Engeland, als protest tegen de Brexit te schrijven in het Nederlands, de taal van haar vader. Inmiddels heeft dat geresulteerd in een omvangrijke sonnettenkrans en is ze bezig met het schrijven van een vervolg daarop in canto’s. Haar naam: Evi Aarens.

In samenwerking met Atalanta Pers ontstaat een unieke bundel in een gelimiteerde en gesigneerde oplage, waarin Evi Aarens zich met delen uit beide uiterst boeiende, omvangrijke werken aan het Nederlandse publiek zal presenteren.